4 april 2015 (Paaswake)

Thema: Uit het water getrokken

– DE LEZINGEN VAN DE PAASNACHT –

Zingen: O Heer, wees met uw kerk, Lied 591
cantorij 1 en 4
allen 2-3 en 5-6

Inleiding

Eerste lezing: Genesis 1, 1-10 en 2, 8-17

Zingen: Met niets van niets, Lied 602
cantorij 1 en 2
allen 3 en 4

Tweede lezing: Genesis 7,11 – 8,14

Gedicht: God woont in de Fokke Simonszstraat, Willem Wilmink

Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met deze aarde
niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed
het zou geen ene moer meer helpen:
er werd een punt achter gezet.

Maar zie: daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
dat ‘ie op straat gevonden had.

‘Kristus, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest, wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.’

Toen heeft de Heer zijn toorn bedwongen,
want Hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.

Derde lezing: Exodus 14,15 – 15,1

Zingen: De toekomst is al gaande, Lied 605
cantorij 1
allen 2-5

Vierde lezing: Jona 1

ZingenLied 155
allen: oneven coupletten
cantorij: even coupletten

Gedicht: Kerkdienst, Guillaume van der Graft

Wij zaten als één man Jona
in de gewelven van de vis,
ribben bogen omhoog naar
de nok, grijs en grootscheeps.

Toen schoot een brok in de keel van
het monster, het was een psalm
van door het water gekwelden,
droog en doodkalm.

Het strottenhoofd van de kansel
geraakte in trilling, – men schrok,
maar het altaar begon te dansen,
men hoorde duidelijk:

Laat iedereen rustig blijven,
er komt een barenswee,
in levende lijve
verlaten wij de zee!

Amen, zo geschiedde
en de wind wreef ons droog.
Wij konden weer lopen en fietsen
met de zon in het oog.

Vijfde Lezing: Marcus 1,9-11

Zingen: Nu gij de doop ontvangt in de Jordaan, Lied 524

– Gedachtenis van de doop –

Water wordt in de doopvont gegoten

Inleiding
In de uittocht van deze nacht,
op de weg van het nieuwe leven
waarin Christus ons is voorgegaan,
gedenken wij onze doop
weten wij ons in Gods hart geschreven
en bij Israël ingelijfd,
bidden wij God
dat zijn licht
het duister uit ons leven verdrijft,
en hernieuwen wij onze belofte
om het donker te verlaten.

Lezen: Romeinen 6, 3-5

Zingen: In u zijn wij begrepen, lied 351

Beeldmeditatie ‘De doop’

Stilte

Doopbelijdenis
Vgr: Nu ook wij dan
met Christus zijn begraven
en verlangen met hem op te staan,
vraag ik u allen
die in deze nacht uw doop gedenkt:

Wilt u de Enige, uw God, dienen
en naar zijn stem alleen horen?
Allen: Ja, dat willen wij!

Vgr: Wilt u zich verzetten tegen alle machten
die als goden over ons heersen?
Allen: Ja, dat willen wij!

Vgr: Wilt u elk slavenjuk afwerpen
en leven in de vrijheid
van de kinderen van God?
Allen: Ja, dat willen wij!

Credo: Wij geloven allen in één God, Lied 341

Rondgang lang de doopvont

Muziek

Gebeden

acclamatie: Die de morgen ontbood, refrein van Lied 296 (meerstemmig)

– DE KOMST VAN HET LICHT –

Stilte

De paaskaars wordt binnengebracht
Cantor: Licht van Christus!
Allen: Heer, wij danken U.

Het licht wordt doorgegeven
Wie doorgeeft zegt: Het licht van Christus
Wie ontvangt zegt: Amen

De kaarsen blijven branden tot het einde van de dienst

Zingen Lied 596: cant.: verzen 3-5,
gemeente: refrein + antwoord op cantorij

Lezen: 1 Korintiërs 15, 1-8

Zingen: O vlam van Pasen, steek ons aan, Lied 637

Zegen